|
|
 |
| Hof van Praet (Oedelem) |
18-06-2009 |
|

|
|
|
|
> |
Kaart van het Brugse Vrije door Willem Janszoon Blaeu (1664) | |
|
Situering en historische achtergrond
Het “Hof van Praet" is gelegen aan de Beverhoutsveldstraat te Oedelem-Beernem. Het is een belangrijke historische omwalde site die de oorspronkelijke zetel van de heerlijkheid van het Praetse vormde . De eerste vermeldingen in de bronnen hebben betrekking op Gervaas van Praet. Hij wordt vermeld bij de inhuldiging van Karel van Denemarken, die later als Graaf van Vlaanderen (1119) "Karel de Goede" werd genoemd. Hij vestigde zich te Oedelem in de nabijheid van het gehucht het "Vliegende Peerd" van waaruit hij de heerlijkheid van Praet bestuurde. Hij leidde de strafexpeditie tegen de moordenaars van Karel de Goede in 1127.
Bewaarde kaarten geven een idee hoe de site er, in de loop van de tijd heeft uitgezien. De kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus (1571) toont op deze plaats een stenen gebouwencomplex binnen een brede ronde omwalling en een lagere hoeve, aangeduid met de naam "Praet". Op de kaart van Ferraris (1770-1778) is een gebouwenbestand van drie gebouwen binnen een tweeledige ruime omwalling weergegeven. Op het primitief kadasterplan (ca. 1830) staan een hoeve met woonhuis, twee bijgebouwen en een bakhuis aangeduid.
|
|

|
|
|
> |
Uittreksel van de Ferraris-kaart (1771-1778) | |
|
Site met walgracht
Het hof van Praet wordt steeds beschreven met de term ‘site met walgracht’. Een woordje uitleg: een site met walgracht bestaat uit een zone met gebouwen die, geheel of gedeeltelijk, omgeven zijn door een gracht. Het bebouwde gedeelte vormt zo een wooneiland. De vorm van dit eiland wordt bepaald door de gracht. Sites met walgracht kennen hun oorsprong in de motte, een kunstmatig opgeworpen heuvel met toren omgeven door een gracht. Er zijn aanwijzingen dat sites met walgracht ontstonden in de 12de eeuw; ze kennen vooral een bloeitijd vanaf de 13de en 14de eeuw. De gracht had niet echt een verdedigingsfunctie maar werd eerder aanzien als een statussymbool dat de onafhankelijkheid en de vrijheid van de eigenaar weergaf.
|
|

|
|
|
> |
De graafwerken voor de mestsilo | |
|
Het onderzoek – de werkwijze
Voorafgaand aan de bouw van een stal voor koeien en een mestsilo werd door Raakvlak in samenwerking met bouwheer Costers een archeologisch onderzoek verricht. Vooreerst werden twee lange (ca. 80 meter) proefsleuven gegraven, over de volledige lengte van de stal. Vervolgens werd een diepe uitgraving op het einde van de stal (tot 240 cm diep) begeleid. In een laatste fase werd ook de uitgraving van de mestsilo archeologisch geregistreerd.
|
|

|
|
| > |
Doorsnede van de buitenste walgracht | |
|
De resultaten van het onderzoek:
Door het onderzoek konden twee verschillende grachten gelokaliseerd worden, vermoedelijk een binnenste en een buitenste walgracht. Er bestonden reeds hypothetische reconstructies van deze dubbele walgracht. Via het onderzoek konden nu de exacte locaties van beide grachten worden bepaald.
De buitenste walgracht bevatte enkel een bodemfragmentje van een kan, afkomstig uit de Saintonge-regio in Zuidwest Frankrijk (Charente Maritime). Het aardewerk is bedekt met een gevlekte groene loodglazuur en is te dateren in de 13de - 1ste helft 14de eeuw. Er wordt aangenomen dat dit aardewerk samen met Franse wijnen naar het noorden werden vervoerd. Op de 16de-eeuwse bewaarde kaart staat deze buitenste walgracht niet meer afgebeeld. Vermoedelijk was deze gracht in de 16de eeuw reeds opgegeven. |
|

|
|
|
> |
Overzicht en situering van de grachten | |
|
Het verloop van de binnenste walgracht kon over een grotere lengte gelokaliseerd worden. Ook hier was de inhoud eerder beperkt tot enkele scherven rood en grijs aardewerk. Chronologisch overbruggen ze een periode van de 14de tot de 20ste eeuw. Deze gracht bleef het langst in gebruik. De laatste restanten van deze gracht werden pas in de 20ste eeuw dichtgegooid. Hierdoor is deze binnenste walgracht nog grotendeels in het landschap te herkennen. Door het onderzoek kon evenwel de oorspronkelijke breedte (ca. 13 meter) van deze gracht bepaald worden.
Op de plaats van de mestsilo werden behalve de gracht ook enkele uitbraaksporen van gebouwen aangetroffen. Het zijn zones met puin, waaronder baksteen. Van één fragment kon het formaat afgeleid worden, 27x13x6 cm, wat een mogelijke datering in de 14de eeuw vooropstelt. De uitbraaksporen wijzen erop dat er zich ook gebouwen op het neerhof bevonden. Bij het verlaten van de site werden de bouwmaterialen wellicht systematisch gerecupereerd.
Jan Huyghe
|
|
|
 |
|