Een vroegmiddeleeuwse gordelgarnituur uit Sint-Andries 31-03-2009


Klik om te vergroten 
   

>

De belangrijkste onderdelen van een vroegmiddeleeuwse gordelgarnituur.


Bij de opgravingen die Raakvlak in 2008 achter het WZC Fabiola in Sint-Andries/Brugge uitvoerde, kwamen heel wat sporen uit de Vroege Middeleeuwen aan het licht. Het ging om kuilen, karrensporen, greppels en resten van gebouwen. Ze horen bij de vroegmiddeleeuwse nederzetting die zich hier, in de omgeving van de Zandstraat, bevond.
In een kuil kwamen een aantal zwaar gecorrodeerde metalen voorwerpen aan het licht, die voor verdere behandeling aan de metaalrestaurator van de Archeologische Dienst Waasland (ADW) werden overgemaakt. Dit gebeurde in het kader van een tijdelijke samenwerkingsovereenkomst tussen Raakvlak en de ADW aangaande de consolidatie en restauratie van archeologica.

Klik om te vergroten
 
>

Een onderdeel van de gordelgarnituur voor de restauratie.

Door de ongunstige bewaringsomstandigheden in de bodem (zuurstof, water en zouten) zijn de ijzeren voorwerpen gecorrodeerd. Het proces van oxidatie gaat eveneens gepaard met het samenkitten van allerlei omgevingselementen die zich in de bodem bevinden. Hierdoor evolueren de voorwerpen veelal tot corrosieklompen, waarin nauwelijks of niet de vorm van het voorwerp kan worden herkend. Desondanks verraadden de algemene contouren van het ensemble van Sint-Andries de aanwezigheid van een scramasax (eensnedig zwaard) en minstens twee onderdelen van een gordelgarnituur uit de Merovingische tijd (5de-8ste eeuw).


Klik om te vergroten
   
>

Resten van een vlieg op de gordelgarnituur.

In een eerste fase van de behandeling gebeurt er een onderzoek naar organische resten (hout, textiel, leder e.d.) waarmee het voorwerp in contact was tijdens het corrosieproces. Het betreft steeds gemine-raliseerde (‘versteende’) resten, wat betekent dat het organisch materiaal geleidelijk vervangen is door de corrosie. Hierbij blijft elk detail (bv. weefpatroon, houtstructuur) behouden. Zo werden regelmatig leder- en weefselresten aangetroffen.  Op de onderdelen van de gordelgarnituur(die zich oorspronkelijk op het lichaam van de dode bevonden), werden talrijke gemineraliseerde larvenresten teruggevonden en zelfs een vlieg. Deze vaststelling staat duidelijk in verband met het ontbindingsproces van de dode.


Klik om te vergroten
   
>

Röntgenopname, waarbij het inlegwerk duidelijk zichtbaar wordt..

Een tweede luik van de behandeling bestaat uit het maken van röntgenopnamen. Hierdoor kan door de corrosielaag heen gekeken worden en kan meestal het voorwerp geïdentificeerd worden. Deze opnamen geven belangrijke indicaties over de bewaringstoestand van het voorwerp en zijn ook richtinggevend voor de latere vrijlegging van het object. Het doorlichten van de driehoekige voorwerpen gaf onder meer de aanwezigheid prijs van een mooie ijzeren gordelgarnituur die voorzien is van inlegwerk.



   

 

In een derde fase wordt overgegaan tot ontzouting van de objecten die nog metallisch (‘roestgevoelig’) ijzer bevatten. Het is de bedoeling om de zouten aan het voorwerp te onttrekken door middel van langdurige onderdompeling in een bad (ca. 9 maand) en door de inwerking van toegevoegde producten. Zouten zijn immers de agressieve katalysator (‘versneller’) van het corrosieproces. Na ontzouting blijven de objecten stabiel mits ze bewaard worden onder een bestendige relatieve vochtigheidsgraad van maximum 10% (beperkte luchtvochtigheid en constante temperatuur) evenals in een afgesloten zuiver en zuurvrij milieu. Indien deze voorwaarden niet vervuld worden, start  het corrosieproces opnieuw (‘postopgravingscorrosie’ genoemd) en zal mettertijd het voorwerp volledig vervallen.

Klik om te vergroten
   
>

Onderdeel van de ijzeren gordelgarnituur met inlegwerk  van zilver (vlakken) en goud (rondlopende draad).

Ten slotte wordt het voorwerp vrijgelegd tot op het oorspronkelijke oppervlak. Dit is een zeer delicate en tijdrovende aangelegenheid. Door middel van scalpel en microzandstraalapparatuur wordt het oppervlak millimeter voor millimeter ontdaan van zijn corrosielaag. Deze reiniging gebeurt met behulp van een microscoop om het oppervlak te vrijwaren van krassen. Ter afwerking wordt het voorwerp voorzien van een beschermingslak.
De eerste resultaten van de vrijlegging onthulden een gordelgarnituur die voorzien is van inlegwerk uit zilver en goud. De vorm en de versieringstechniek laten een datering in de eerste helft van de 7de eeuw vermoeden.
De volledige bewaring van de voorwerpen en de organische resten die hierop aangetroffen zijn, verwijzen zeker naar de oorspronkelijke herkomst uit een grafcontext. In die tijd was het nog gebruikelijk om bij begraving de dode te voorzien van allerlei voorwerpen, een gebruik dat in de 9de eeuw zal verdwijnen onder invloed van de rooms-katholieke kerk.
Bij de opgravingen werden geen sporen van een begraving aangetroffen. Hoe deze vondst dan kan geïnterpreteerd worden, is een verhaal voor een volgende nieuwsbrief.

Rudiger Van Hove en Johan Van Cauter
Archeologische Dienst Waasland


  home    contact    sitemap    colofon    archeologische spelers    archeologische collecties    oproep voor vrijwilligers    opgravingen    agenda    nieuwsbrief