|
En verder?
Een tweede fase in het verkennend onderzoek is het graven van proefsleuven. Deze kijkvensters in de bodem maken het mogelijk om de aanwezigheid van sites vast te stellen en hun omvang in te schatten. Het proefsleuvenonderzoek wordt toegepast op weiland en op de archeologische sites die reeds aangetroffen werden bij de veldkartering. Aanvullende boringen worden uitgevoerd om het verband tussen de aangetroffen sporen en de bodem vast te stellen.
Na het verkennend onderzoek wordt een rapport opgemaakt, op basis waarvan – in overleg met AWV – beslist wordt welke terreinen uiteindelijk moeten opgegraven worden. Deze opgravingen worden door Raakvlak gecoördineerd en zullen plaats vinden vòòr de werken voor de aanleg van de AX van start gaan.
Uiteindelijk zal het hele archeologisch onderzoek uitmonden in een uitgebreid rapport, waarin alle resultaten uitvoerig aan bod zullen komen.
Wordt vervolgd…
Bart Bot en Bieke Hillewaert |