|
|
 |
| Huis Casselberg en Huis de Zeven Torens |
11-06-2008 |
|
| |
|
|
> |
een archeologische werfbegeleiding achter Huis Casselberg en Huis de Zeven Torens | |
|
Bij de geplande bouw van een hotel tussen de Hoogstraat 6-10 en de Groene Rei in Brugge had Raakvlak de gelegenheid om, in samenwerking met de bouwheer (bvba Groenerei Projects/ Vastgoed Degroote), de sloop- en bouwwerken te begeleiden. Op dit terrein bevinden zich de historische panden Huis Casselberg (Hoogstraat 6) en Huis de Zeven Torens (Hoogstraat 8). Deze plek is ook wel gekend als het voormalige Belgacomgebouw. Na vele jaren leegstand, al sinds de jaren 70, wordt het nu verbouwd tot een hotel. In de eerste fase van de werken werd gestart met de afbraak van een recent gebouw (tegen de Groene Rei). Onder dit vroeger onderkelderde gebouw kwamen enkele interessante archeologische sporen aan het licht. |
|

| |
|
| > |
overzicht van de sporen uit de 12de-13de eeuw | |
|
12de- en 13de-eeuwse bewoningssporen
De restanten van twee muren gebouwd in bakstenen van groot formaat (30 x 14,5 x 7 cm) werden vrijgelegd. Het zijn de restanten van een bakstenen gebouw dat we vermoedelijk kunnen dateren in de13de eeuw. In de omgeving van deze gebouwresten werd een afvalkuil aangesneden. Deze kuil bevatte heel wat dierlijk botmateriaal en enkele scherven aardewerk. Behalve het lokaal grijs aardewerk zijn ook importen aanwezig uit Andenne en de Pingsdorf-regio (zgn. roodbeschilderd aardewerk). Deze context mogen we dateren in de 12de eeuw. In de onmiddellijke omgeving werd tevens een tonwaterput aangetroffen. Slechts een deel van de onderste ton was bewaard gebleven. Deze ton bestond uit zestien duigen, die maximaal tot 60 cm bewaard waren. De bodemdiameter bedroeg ca. 60 cm. Door de kleine diameter en het beperkt aantal duigen kunnen we ervan uitgaan dat het hier om een kleine ton ging. Deze werd gebruikt om bier, haring, honing, smout… in te vervoeren. Later werd de ton herbruikt om een waterput mee te bouwen. De vondsten in de waterput laten toe te bepalen dat de waterput in de 13de eeuw werd opgegeven.
|
|

| |
|
| > |
een 'groot formaat' ton, herbruikt als waterput | |
|
Een tweede tonwaterput
Een 10-tal meter verderop werd een tweede tonwaterput onderzocht. Ook hier was slechts de onderste ton bewaard gebleven. De ton was opgebouwd uit drieëntwintig duigen en had een bodemdiameter van ca. 90 cm. De langste duig had nog een lengte van ruim 185 cm. Op twee planken werden merktekens teruggevonden bestaande uit X-en en cirkels. Deze kunnen afkomstig zijn van de handelaar, de tonnenmaker of kunnen verwijzen naar de inhoud. Zulke grote tonnen worden toegeschreven aan wijntonnen. Van de ton was eveneens het rechthoekige bomgat bewaard. (meer info zie nieuwsbrief 04/05/2007) Op de bodem van de tonwaterput werd een puinpakket van veldstenen aangetroffen. Fragmenten van mortel laten veronderstellen dat het bouwpuin betreft. Toen de waterput in onbruik geraakte, werd hij gevuld met dit bouwpuin en met huishoudelijk afval. Dit bestond uit gebroken huisraad waaronder scherven van een kookpot, een bakpan, een fragment van een hoogversierde kan en importaardewerk uit Paffrath (Duitsland), maar ook etensafval (botmateriaal, zaden en pitten, …).We kunnen ervan uitgaan dat het materiaal uit de afvallaag binnen een vrij korte periode na opgave van de put erin werd gedumpt. Dit om het gat, nagelaten door de waterput, zo vlug mogelijk te vullen. De opvulling kan gedateerd worden in de periode 2de helft 12de eeuw - eerste kwart 13de eeuw. |
|
| |
|
|
> |
één van de houten kruisboogpijlen | |
|
Een bijzondere vondst: twee pijlen
Een opmerkelijke vondst uit deze tonwaterput bestaat uit twee houten pijlen, waarvan één exemplaar volledig bewaard bleef. De pijl is slechts 27 cm lang. Aangezien handboogpijlen een veel grotere lengte hebben, mogen we ervan uitgaan dat het om de schacht van een bout (kruisboogpijl) gaat. Het puntige einde van de schacht, waaraan de ijzeren punt bevestigd zat, bevat brandsporen. Dit blijkt een typisch verschijnsel gezien de ijzeren punt vaak in gloeiend hete toestand op de schacht werd geplaatst. Het andere uiteinde van de schacht heeft een inkeping van 4 mm. De pees van een kruisboog is in de regel tamelijk dik van doorsnede. Omdat bij een kruisboog de bout rust in een boutgeul was het niet nodig de pees voorafgaand aan het schieten in de bout te klemmen. Toch is 4 mm in vergelijking met gekende voorbeelden eerder dun. Bouten zijn doorgaans voorzien van veren, vaak twee vleugels aan weerszijde van de schacht. Deze veren zijn uit perkament of uit hout vervaardigd. Ze werden op de schacht bevestigd in een sleuf die over de hele lengte van de schacht loopt. Op de aangetroffen pijl werden geen aanwijzingen aangetroffen van mogelijke veren. Gezien de vrij kleine afmetingen (gekende voorbeelden van kruisboogpijlen zijn doorgaans groter dan 30 cm) kan het hier ook om een speelgoed-kruisboog gaan. In elk geval blijft een houten pijl uit de 2de helft van de 12de - eerste kwart 13de eeuw een unieke vondst.
|
|

|
|
Een beerput uit de 14de eeuw
In een uithoek van het terrein (tegen de Meestraat) werd een beerput opgegraven. De beerput was opgebouwd uit bakstenen (28 x 13,5 x 6 cm) en bevatte een vondstrijke vulling van scherven afkomstig van pispotten, grapen, slanke kannen, potten en enkele glasvondsten. Verder bevatte de beerput heel wat voedselresten, voornamelijk dierlijk botmateriaal, mosselschelpen, pitjes en visresten. De inhoud kan gedateerd worden in de 2de helft van de 14de eeuw. |
|

| |
|
| > |
zicht op de opgevulde bedding van de Groene Rei | |
|
De Groene Rei
Naast de vondst van diverse bewoningssporen kon ook belangrijke informatie ingezameld worden over de opbouw van het terrein. In het pleistocene zand - dat zich achter de huizen Casselbergs en de Zeven Torens vanaf ongeveer 3 m onder straatniveau bevindt - was de oorspronkelijke bedding van de Groene Rei merkbaar. Het gaat duidelijk om een natuurlijke bedding, uitgeschuurd in het zand en opgevuld met afwisselend kleiige en venige lagen. In de onderste vulling kon uit de aanwezigheid van pootafdrukken afgeleid worden dat hier één of meer dieren gelopen hadden. Dateerbare vondsten werden in de onderste lagen helaas niet aangetroffen. De oudste potscherven komen uit bovenliggende stortlagen met onder meer consumptieafval en dateren uit de 11de en wellicht nog 12de eeuw. Mogelijk is er een verband met de aanleg van de eerste stadsomwalling vanaf 1127.
De vondst van muren, twee tonwaterputten en een afvalkuil getuigen van de oudste woonactiviteit op dit perceel, te dateren in de 12de en 13de eeuw.
Jan Huyghe en Bieke Hillewaert | |
|
 |
|